Willem Derks
Willem was een van de weinige jongens die een onderduikadres kon vinden. Maar de spanning werd hem te groot en hij ging alsnog naar Duitsland. Gelukkig niet al te ver over de grens.
Jeugd en gezin
Mijn vader, Willem Derks, werd geboren in het Drentse dorp Noordbarge, bij Emmen. Hij was het eerste kind van Henderik Derks en Jantje Staal (allebei uit Noordbarge), die toen aan de Huizingbrinkweg woonden. Willem ging na de Lagere School één jaar naar de Ambachtsschool in Emmen om huisschilder te worden. Maar toen de Emmer Courant een leerling-drukker zocht, vonden zijn ouders dat hij daar maar moest gaan werken. Hij begon met een weekloon van 1 gulden. De eigenaar van de Emmer Courant, de heer Ten Kate, deelde elke zaterdag de loonzakjes persoonlijk uit.
Onderduiken
In de Tweede Wereldoorlog kregen kranten te maken met censuur door de Duitsers en werd bovendien papier schaars. De Emmer Courant kwam daardoor niet langer uit, het personeel werd werkloos. Willem Derks was vanwege een lichte hartafwijking niet dienstplichtig, maar werd wel opgeroepen voor de Arbeitseinsatz. Hij besloot onder te duiken en had meerdere schuiladressen. Het langst zat hij ondergedoken bij de familie Melenhorst in De Krim; een groot, warm, katholiek gezin met een boerderij. Daar leerde mijn vader onder andere melken. Kwam het sein dat er onraad was, dan vluchtte Willem zo snel mogelijk naar de schuilplaats op het land. Daar heeft hij heel wat uren doorgebracht, in grote angst en spanning.
De familie Melenhorst hielp in de oorlog meerdere onderduikers. Tientallen jaren later bezochten mijn ouders en ik (toen een tiener) de familie, die allerhartelijkst was. Ik herinner me dat er een certificaat van Yad Vashem aan de muur hing. Het gezin moet dus ook Joodse onderduikers een schuilplaats hebben geboden.
Tijdens zijn onderduik ging Willem Derks heimelijk wel eens op bezoek bij zijn ouders en zijn jongere broer, Roelof, in Noordbarge. Zijn latere vrouw, Wilhelmina Schutten uit Nieuw-Amsterdam, met wie hij al een tijdje verkering had, zag hij dan waarschijnlijk ook weer eens. Moeder Jantje deed bij die gelegenheid de was voor hem. Niet helemaal slim dat ze die, inclusief zijn overhemden, buiten aan de waslijn hing, voor iedereen te zien. Per slot gold, zeker in die tijd: ‘je verrader slaapt niet.’
Naar Meppen
De spanning van het onderduiken begon steeds meer te tellen, en Willem Derks besloot zich toch maar te melden voor de Arbeitseinsatz. Dat leidde ertoe dat hij, per slot opgeleid als drukker, werd te werk gesteld bij een drukkerij in het Duitse Meppen, even over de grens. Aanvankelijk fietste hij daar naar toe, op een rijwiel met houten banden, maar dat werd te zwaar. ‘Jeden Tag, siebzig Kilometer’; die woorden heb ik veel later diverse keren uit zijn mond gehoord. Mogelijk heeft hij zijn verzoek om daarom onderdak te krijgen in Meppen mondeling moeten doen bij een Duitse ambtenaar. Dat zou het – onveranderlijke – Duits verklaren.
Willem kwam in Meppen in de kost bij ene Liesbeth. Hij noemde later wel de Biersuppe die ze regelmatig serveerde. Vele jaren later hebben mijn ouders en ik deze Liesbeth nog eens opgezocht. Ze was duidelijk blij ‘Willy’, zoals zij hem noemde, weer te zien. En dat was wederzijds.
Willem heeft, mogelijk meteen na de bevrijding, een tijdje gewerkt als hulppostbode in Noordbarge. Toen de Emmer Courant weer uitkwam, ging hij daar weer aan het werk. Uiteindelijk als chef rotatiedrukkerij bij die krant, die later deel uitmaakte van de Drents Groningse Pers.
Deze bijdrage is geschreven door Janneke Budding-Derks.