06-44684231 (Annemarie Houkes) info@drentsedwangarbeidersinduitsland.nl

Andries Everts

Het was Anne de Vries, schrijver van de streekroman Bartje, die een onderduikadres voor hem had geregeld. De Drentse schriever woonde in de oorlogsjaren in Hooghalen waar hij actief was in het verzet. Hij kon ook iets regelen voor Andries Everts. Maar voor de in Hooghalen geboren Andries was het helaas een week te laat.

Jeugd en gezin

Andries Everts is op 9 november 1923 geboren in Hooghalen. Hij had een broer, Bareld, die twee jaar jonger was. Zijn geboortehuis stond in Hooghalen, tegenover de spoorwegovergang. De familie van zijn moeder, de familie Talens, woonde daar. De vader van Andries, Jan Everts, werkte bij de VAM. Een goeie reden voor het gezin Everts om te verhuizen naar Beilen. Wat dichter bij zijn werk. Dochter Tineke Dijksma-Everts heeft het – voor dit verhaal – overzichtelijk op een rij gezet. Maar over vader vertellen over zijn tijd in Duitsland is een stuk lastiger. “Mijn vader is ook een van die ‘zwijgende vaders’, hij heeft helaas (te) weinig verteld”. 

Het zijn puzzelstukjes die bij elkaar geraapt een idee geven wat vader heeft meegemaakt en bij benadering ontstaat zo een beeld van hoe het is geweest, wat ze hebben moeten doorstaan.

Naar Duitsland

Het was eind mei 1943. Jonge mannen, in 1922 en 1923 geboren, moesten zich ‘ten behoeve van den arbeidsinzet terstond een aanmeldingsformulier in ontvangst nemen en bij het voor hun woonplaats geldende arbeidsbureau persoonlijk weder inleveren’

Op zaterdag 29 mei meldde Andries Everts zich op het arbeidsbureau. Het begin van een ongewis avontuur in Duitsland. Dochter Tineke: “Ik weet dat Jan Klaasen uit Hijken ook meeging. En nog een jongen uit Wijster. Het drietal was nog nooit ‘over de grens’ geweest. Ze gingen naar Rostock. Daar hebben ze in een fabriek gewerkt. Niet in die vliegtuigfabriek van Heinkel en ook niet in de Neptun-Werft, want daar werden onderzeeboten gemaakt. Mijn vader, dat meen ik mij te herinneren, maakte scharnieren. Het had ook iets te maken met locomotieven. Mijn vader heeft dan wel niet veel verteld, maar wel weet ik mij te herinneren dat hij met plezier vertelde, dat hij, omdat hij zogenaamd ‘niet erg technisch’ was, wel eens expres veel dingen verkeerd deed. Een vorm van sabotage blijkbaar. Later hebben mijn vader en volgens mij ook Jan Klaasen, jongens van het platteland, bij een boer gewerkt. Ze vervingen de boer, want die  moest aan het Oostfront vechten. Op de boerderij was het een stuk beter, ze hadden het daar niet slecht. Het eerste  jaar van zijn afwezigheid werd er geen enkel  bericht ontvangen. Wij wisten absoluut niet waar hij zat. Na een jaar kwamen er een paar brieven. Die zijn helaas niet bewaard”.  

Andries op de boerderij in Duitsland, 31 december 1944. Andries is de man met het horloge, vermoedelijk staat Jan Klaasen ook op deze foto.

Gedeelte uit een gedicht bij het 40-jarig huwelijk van Andries en Jantje.

Bevrijding

Op 1 mei 1945 is de stad Rostock en meer dan 1400 krijgsgevangenen en buitenlandse dwangarbeiders uit de ‘Neptunwerft’ bevrijd door het Rode leger. Rond deze datum kon ook Andries, nog steeds op de boerderij nabij Rostock, de vrijheid weer omarmen.

“Mijn vader was dan wel bevrijd door de Russen, maar er zat wel een grimmige kant aan die bevrijding. Vluchten voor de Russen was het devies. Mijn vader had het regelmatig over die Rus die een ‘ongezonde’ belangstelling had voor zijn horloge. Ook kreeg hij wel wat mee van de oorlogsmisdaden aan de Russische kant (moorden, verkrachting). Hij wist de veilige zone te bereiken, ging  met Amerikanen mee en stak bij Enschede de grens over. Daar heeft zijn vader hem opgehaald”. 

Opa Jan Everts zat in het verzet. Hij verborg geweren en munitie op zolder. Hij was een overtuigd SDAP- er. Hij heeft ook, samen met zijn zoon Bareld, nog loopgraven moeten graven in de buurt van Smilde. Werken aan de Frieslandriegel of Assener Stellungen. Het Drentse deel van een aaneensluitende linie van loopgraven, tankgrachten en dergelijke ten oosten van de IJssel, de Drentsche Hoofdvaart en het Noord-Willemskanaal naar Groningen en vandaar verder naar Delfzijl. 

“De algehele gezondheidssituatie was slecht in Nederland. Bij thuiskomst bleek mijn vader ernstige geelzucht te hebben. Zijn broer Barend had tbc en moest lang kuren in het Sanatorium in Beetsterzwaag”.

“De jongen uit Wijster is in Duitsland ziek geworden en kon op het eind van de oorlog niet meer terug naar Nederland nadat ook hij bevrijd was. Hij is daar gestorven. Mijn vader heeft het aan de ouders moeten vertellen. Het akelige hierbij is, dat ze ook een zoon hadden die bij de NSB zat. Toch heeft mijn vader, ondanks de ellende, ook een jarenlange vriendschap met twee Fransen overgehouden aan zijn gedwongen verblijf in Duitsland. Ze hebben elkaar na de oorlog regelmatig bezocht en tot hun overlijden contact gehouden. Ook tussen Jan Klaasen uit Hijken  en mijn vader is na de oorlog  een blijvende vriendschap ontstaan”.

Nog voor de val van de muur zijn de ouders nog een keer in Rostock geweest. Vader Andries Everts is 75 geworden, moeder Jantje Everts-Huisman, bijna 95.   

Dit artikel is geschreven door Jan Bartelds in samenspraak met Tineke Dijksma-Everts.

Deel uw verhaal met ons!