06-44684231 (Annemarie Houkes) info@drentsedwangarbeidersinduitsland.nl

Jelle Rispens

Omdat NSB’ers zijn vader halfdood hadden geslagen toen zijn broer Jan niet was komen opdagen voor de Arbeitseinsatz, gaf Jelle direct gehoor aan de oproep. Jelle werkte in verschillende plaatsen en maakte de ‘hel van Hamburg’ mee. Anders dan zijn neef Jan Houkes, kwam Jelle gelukkig na de oorlog weer thuis.

Jeugd en gezin

Jelle kwam uit een gezin met zeven kinderen, allemaal jongens. Hij was de tweede en werd geboren op 8 september 1924. Zijn vader heette Thomas Rispens, zijn moeder Sjoerdje Sterken en met zijn negenen woonden ze aan de Grietsmanswijk nummer 9 in Boven-Smilde.

Thomas was turfarbeider en had een paar stukken land om op te boeren. Vader en moeder Rispens bezochten de Gereformeerde Kerk in Boven-Smilde en alle jongens bezochten daar de gereformeerde lagere school. Nadat hij zijn schooltijd had afgerond, ging Jelle  hetzelfde werk doen als zijn vader.

Grietmanswijk 9, Boven-Smilde

Hel van Hamburg

In 1943 waren NSB’ers op zoek naar Jan Rispens, de oudere broer van Jelle. Die had een oproep gekregen om zich te melden voor de tewerkstelling in Duitsland. Hij had zich echter verstopt. Om hem te dwingen tevoorschijn te komen, haalden de NSB’ers de jongere kinderen erbij om toe te kijken hoe hun vader bijna dood werd geslagen. Toch hebben ze Jan niet te pakken gekregen.

Toen Jelle vervolgens de oproep kreeg, heeft hij zich aangemeld om te voorkomen dat zijn vader mogelijk echt vermoord zou worden. Voor zijn vertrek speelde hij achter het huis op zijn blaasinstrument ‘Blijf bij mij Heer’. Moeder Sjoerdje nam afscheid met de woorden: ‘Als jij ’s avonds naar de maan kijkt, bedenk dan dat wij naar dezelfde maan kijken.”

Op 21 juni 1943 is Jelle vertrokken naar het Duitse Liebenau, naar Rad-lager Steyerberg.

Hier was een chemiefabriek waar regelmatig ontploffingen en ongelukken gebeurden – met veel doden tot gevolg. Om de ‘westerse’ arbeiders te beschermen, werden deze vervangen door Russische en Poolse mannen en vrouwen uit nabij gelegen concentratiekampen. Jelle ging weer wat anders doen:  hij heeft een tijdje gewerkt aan het repareren van het gebombardeerde spoor in het nabij gelegen Minden. En in juli 1943 was Jelle in Hamburg tijdens de bombardementen die twee dagen en nachten hebben geduurd. ‘De hel van Hamburg’ werd dat later genoemd.

Samen met andere jongens verbleef hij eerst in de schuilkelder, die echter vol met water liep omdat de kades van de rivier kapot gebombardeerd werden. In die schuilkelder zaten ze dus als ratten in val en Jelle zag veel mensen, vooral vrouwen en kinderen, verdrinken. Eenmaal bovengrond zag hij dode en verbrande mensen. Brandende mensen en straten vol met lijken en wanhopige mensen.

De jongens hebben moeten helpen met het ruimen van alle lijken en het puin. Later zou Jelle zeggen: ‘Hier ben ik al een keer doodgegaan.’

Jelle Rispens

Flensburg

Op 27 september 1943 is Jelle uitgeschreven in Hamburg en vertrokken naar Flensburg. Daar moest hij werken in de pompenfabriek van Beyer.

Zijn moeder stuurde regelmatig pakketten met sokken, eten en sigaretten. De sigaretten werden vaak gestolen. Jelle heeft nooit begrepen dat je zoiets doet als jongens onder elkaar. Daarom zette hij weleens streepjes op de sigaretten om te zien wie er stal.

 In de pompenfabriek in Flensburg leerde Jelle Joop de Bruijn uit Haarlem, zij verbleven samen in een barak. Ze konden goed opschieten samen en hebben jaren na de oorlog nog contact gehouden.

Met de paar Duitse Mark en die ze kregen, gingen ze wel eens naar het dorp waar ze van een vrouw wat te eten konden kopen.

 In augustus 1944 werd Jelle uitgeschreven bij de pompenfabriek en op een boerderij in de buurt van Flensburg tewerkgesteld. Hij heeft ooit aan een jongere broer verteld:  ‘Daar heb ik het goed gehad’. Hij moest zich wel regelmatig melden op een kantoor in Flensburg om een stempel te halen om te bewijzen dat hij nog in Duitsland was.

Met Joop de Bruijn heeft hij ook contact gehouden, niet duidelijk is of die ook op de boerderij werkte. Volgens zijn zoon niet. Maar misschien zochten ze elkaar op, de fabriek en boerderij lagen niet ver van elkaar.

Toen Duitsland in mei 1945 capituleerde, ging Jelle niet gelijk op weg naar huis. De boer bij wie hij werkte, raadde hem aan te wachten. Volgens Jelle zei hij: ‘Het is een chaos op de wegen jongen.’ De kampen werden bevrijd en Russen, Polen, Duitse soldaten en SS’ers probeerden allemaal weg te komen.

In Juni 1945 is Jelle op weg gegaan, samen met drie andere jongens. Onderweg stierf een van hen. Op de vraag van zijn zoon hoe dat gebeurd was, antwoordde Jelle later: ‘dat hoef je niet te weten jongen.’ Een tweede jongen is zijn eigen weg gegaan. Samen met Joop is Jelle daarna verder gereisd. Hoe is wat onduidelijk, maar uiteindelijk zijn ze in Limburg aangekomen in een repatriëringskamp. Daar werden ze volledig bestoven met DDT-poeder om te ontluizen. Vervolgens medisch gekeurd en naar een verzamelplaats voor vertrekkenden gestuurd, geregistreerd en onderzocht op betrouwbaarheid. In het kamp kwamen namelijk ook NSB’ers en collaborateurs aan om te ontkomen aan arrestatie. De jongens kregen wat voedsel en, als er genoeg was, kleding en schoenen. Daarna was het wachten op een transport naar het noorden van het land. Jelle heeft zich in deze periode vaak afgevraagd of zijn ouders wisten dat hij nog leefde.

Thuiskomst

Pas in augustus 1945 kwam Jelle de Grietmanswijk op lopen. Zijn moeder stond voor het raam te kijken en riep ineens ‘Daor komp Jelle an!’ Ze schoot in de klompen van Thomas, die dacht dat ze gek van verdriet geworden was, en rende de ‘wieke’ af, Jelle tegemoet. 

Jelle is in 1951 getrouwd met Roelie Mast (zie foto), ze hebben drie zonen en twee dochters gekregen. Ondanks zijn verdriet over de oorlog heeft Jelle zich met liefde ingezet voor zijn vrouw en kinderen. De kinderen herinneringen zich hun vader als een hardwerkende, liefdevolle, geduldige vader.

Jelle Rispens is op 4 januari 1989 overleden op 64 jarige leeftijd.

 Dit artikel is geschreven door Willy Rispens, een van Jelles dochters.

Het gezin van Thomas en Sjoerdje Rispens na de oorlog.

Deel uw verhaal met ons!