Piet Stevens
Piet Stevens studeerde diergeneeskunde in Utrecht, maar weigerde de loyaliteitsverklaring te tekenen die de Duitsers eisten. Daarom moest hij de studie staken en zich melden voor de Arbeitseinsatz. Na een aanvankelijke onderduik is hij uiteindelijk toch naar Duitsland gegaan. En daar in april 1945 overleden.
Jeugd en gezin
Piet Stevens werd geboren op 20 augustus 1920 te Ruinerwold op de boerderij met toen nog het adres C7, later Buitenhuizerweg 1. Zijn vader Steven Stevens en zijn moeder Grietje Stevens-Boesenkool hadden een gemengd boerenbedrijf. Piet groeide er op met zijn zus Margje en zijn broers Aaldert en Jan.
De broers hadden een goed stel hersens. Aaldert studeerde in oktober 1939 af als veearts in Utrecht, Piet ging naar de HBS. Aaldert werd na zijn afstuderen in november meteen beëdigd als officier in het leger en mocht zich als paardenarts melden in Maastricht. Enkele uren na de inval van de Duitsers op 10 mei 1940 was Aaldert al krijgsgevangene, waarna hij met de andere gevangen genomen officieren werd getransporteerd naar Weinsberg in Duitsland en daar werd opgesloten in Oflag V A. Op 8 juni 1940 werden zij vrijgelaten en naar huis gestuurd. Aaldert werd vervolgens gevraagd door de vrouw van Harry Vullinghs om diens veeartsenpraktijk in Horst waar te nemen, omdat deze veearts en officier in het Nederlandse leger inmiddels naar Engeland was gevlucht.
Piet had toen net zijn HBS-diploma gehaald en bleef het eerste oorlogsjaar thuis om daar samen met zus Margje zijn broer Jan te helpen op de boerderij. Maar in september 1941 begon ook hij aan de veeartsenijkundige opleiding in Utrecht.
In 1943 weigerde Piet de door de Duitsers van studenten geëiste loyaliteitsverklaring te ondertekenen. Omdat hij om die reden zijn studie niet mocht en kon voortzetten, én omdat hij te werk zou worden gesteld in Duitsland in het kader van de ‘Arbeitseinsatz’, dook Piet onder op de hoeve ‘Rust Roest’ in Sevenum (Noord-Limburg). Ongetwijfeld heeft Aaldert, toen veearts in Horst en Noord-Limburg, dit onderduikadres voor hem geregeld.
Luchtfoto van de boerderij van de familie Stevens in Ruinerwold.
Portretfoto van Piet.
Ziekenverpleger
Nadat de Duitsers echter dreigden met represailles richting zijn vader en broer Jan, meldde Piet zich na een paar maanden toch aan voor de Arbeitseinsatz. Jan, zijn vader en Margje hadden zo al moeite genoeg om alle werkzaamheden op de boerderij voor elkaar te krijgen, zeker nu ook voorheen nog ingehuurde knechten niet meer beschikbaar waren – ook ondergedoken of via de Arbeitseinsatz elders ingezet. (Om die reden had Jan in 1943 niet gereageerd op een bevel van de Duitsers om zich te melden voor werkzaamheden, al gestart in 1942, voor de aanleg van een vliegveld te Havelte. Hij heeft er gelukkig nooit meer iets van gehoord.)
Hoofdingang van het staatsziekenhuis Zwickau met administratiegebouwen.
Via kamp Erika in Ommen werd Piet in mei 1943 getransporteerd naar Zwickau, gelegen aan de Tsjechische grens in Duitsland, waar hij moest gaan werken als ziekenverpleger in het Heinrich Braun Krankenhaus. Hij en vijf andere Nederlanders, onder wie zijn beste (studie)vriend Fon Vullinghs, de zoon van veearts Harry Vullinghs uit Horst, werden ondergebracht in het ziekenhuis en waren buiten de werkuren vrij om te doen wat en te gaan waar ze wilden. Zo gingen Piet en Fon regelmatig naar plaatselijke kroegen, naar de bioscoop of naar Dresden en Leipzig, of wandelen in het Ertsgebergte.
Verzet
Maar ook in Duitsland werden de vrijheden voor de buitenlandse ‘werknemers’ steeds verder ingeperkt. Op een gegeven ogenblik, halverwege 1944, mochten ze niet meer buiten de stadsgrenzen van Zwickau komen en mochten ze geen gebruik meer maken van het openbaar vervoer. Ook werd een toegezegd verlof om een paar dagen of weken naar huis te gaan steeds opnieuw uitgesteld en tenslotte niet gegeven. Daarnaast werd de vrijheid om brieven te schrijven vanaf 1 februari 1944 sterk ingeperkt, tot twee brieven per maand. Hij zag in de brieven van thuis hoe zwaar Margje en Jan het op de boerderij hadden en hoe vader (71) en moeder (65) ondanks hun leeftijd en fysieke klachten nog hun steentje probeerden bij te dragen.
Piet deed diverse pogingen om weg te komen. Eerst uit het ziekenhuis door te trachten als assistent bij een plaatselijke dierenarts te komen. Dat lukte niet. Daarna werd hij twee keer behoorlijk ziek. Door een ernstige middenoorontsteking in najaar 1943 moest hij met ziekteverlof, maar dat verlof mocht hij niet thuis doorbrengen. Enige tijd later, in 1944, liep hij een zware hersenschudding op met ook een schedelbreuk. Hiervoor moest hij zelfs worden gepuncteerd om een te hoge schedeldruk te voorkomen. Ook toen mocht hij niet naar huis. Een derde poging deed hij door een vrijstelling van de Arbeitseinsatz te vragen vanwege ziekte van zijn vader. Alle pogingen faalden.
De brieven van Piet naar huis veranderden duidelijk van toon: in plaats van het aanvankelijke optimisme, waarschijnlijk gebaseerd op de korte duur van de krijgsgevangenschap van Aaldert en op de aanvankelijk goede behandeling, werd de toon gefrustreerd en opstandig. Kenmerkend daarvoor is zijn brief van 23 juni 1944, waarin hij schrijft:
‘Nu gaan we proberen om ons verlof hier (Zwickau) door te brengen, maar dan gaan we natuurlijk een beetje aan het reizen en stedelijk schoon zien en om ons het recht op verlof niet te laten ontgaan. Ja, zo gemakkelijk zijn we hier. Ze moeten voelen dat wij ook rechten hebben hier’.
Later bleek dit een behoorlijke onderschatting van de strafmaatregelen van de nazi’s.
Piet verzweeg voor zijn ouders en familie, dat Fon en hij inmiddels al waren gearresteerd voor het reizen buiten het hun toegestane gebied. Op een treinreis naar een Nederlandse in Dresden tewerkgestelde vriend (Harry Derkx uit Venlo[1]) werden ze gesnapt en gearresteerd. Eigenlijk zouden ze worden opgesloten, maar vanwege hun werk in het ziekenhuis kregen ze alleen een boete. Het ziekenhuis was namelijk qua personeel onderbezet, terwijl het overvol was met patiënten als gevolg van de voortdurende geallieerde bombardementen.
Nadat zijn beste vriend Fon op 7 september 1944 terug mocht naar Nederland, sloot Piet zich aan bij een plaatselijke verzetsbeweging. Helaas bleek dat deze was opgezet door de Gestapo met medewerking van een Belgische en een Nederlandse verrader. In november 1944 werden Piet en ongeveer 70 andere leden van de verzetsbeweging vlak voor een verzetsactie opgepakt door de Gestapo en opgesloten in het plaatselijke Schloss Osterstein, waar ze werden verhoord en gemarteld.
Gedenkstätte Hubmersberg te Hersbruck.
Gevangen en gegaan
In december 1944 werd Piet overgebracht voor dwangarbeid naar het concentratiekamp Flossenbürg in Beieren. Eind januari 1945 werd hij vervolgens opgesloten in het subkamp Hersbruck, om daar mee te helpen aan het bouwen van ondergrondse productieruimten in de plaatselijke heuvels voor de productie van vliegtuigmotoren.
Op 10 april 1945, kort voor de bevrijding van het concentratiekamp Hersbruck, stierf Piet Stevens op 24-jarige leeftijd, bij de aanvang van de dodenmarsen naar Dachau. Niet bekend is of hij is bezweken door de onmenselijke behandeling in het kamp, door ziekte, of door executie.
Blijvende herinnering
De ouders van Piet, en na hen zijn broer Jan en weer later diens zoon Piet, hebben alle brieven en briefkaarten van Piet aan thuis en aan enkele kennissen alsook zijn dagboek zorgvuldig bewaard. Op basis hiervan is door Jan Bert Stevens (achterneef oom Piet) als afstudeerproject voor zijn opleiding Multimedia aan de Hogeschool Leeuwarden in 2010 een video vervaardigd over deze geschiedenis (zie hieronder). Enkele jaren geleden hebben Elly Boer (nicht van oom Piet) en haar partner Jan Verhagen het boek ‘Piet Stevens, slachtoffer van het naziregime’ geschreven, met daarin ook alle uitgewerkte brieven en andere documenten, aangetroffen in landelijke en internationale archieven. Het boek is alleen gedrukt voor de familieleden. Ook zijn zij in de voetsporen van Piet Stevens getreden door alle plaatsen te bezoeken waar hij in de oorlog geweest is. Hiervan is een fotoboek gemaakt, dat samen met het boek is overhandigd aan de Stichting Historie van Ruinerwold ten behoeve van het archief.
[1] Harry kwam begin 1945 om bij één van de beruchte geallieerde bombardementen op Dresden.
Deze tekst is geschreven door Jan Verhagen. Hij is de partner van Piets nicht Elly Boer.