Gerrit Dekker
Gerrit Dekker werkte vanaf mei 1943 tot en met 1945 in Warnemünde en Tutow. Hij heeft zijn vrouw en kinderen er vaak en veel over verteld. Zo vaak dat ze weleens dacht: ‘Komt hij weer an…’
Jeugd en gezin
Hij kwam uit een klein, gezellig gezin: vader, moeder, Gerrit en zijn zus. Ze woonden in Ekehaar en hadden 12 hectare land. In de crisisjaren was het sappelen, daarom werkte Gerrits vader ook nog twee jaar als melkboer. Af en toe kwam er een man in het dorp die muziek maakte op een accordeon. Machtig vond Gerrit dat. Nadat hij een paar weken een accordeon had geleend en de basisbeginselen onder de knie had, nam zijn vader hem begin jaren veertig mee naar Groningen om daar een accordeon te kopen. Driehonderdenvijftig gulden was die! ‘Daor ha’j ok wel ’n pink van kunnen kopen, mien jong’, zei de buurman later.
In de trein
Toen de oproep voor de Arbeitseinsatz kwam, was het niet bij hem opgekomen om onder te duiken., vertelde Gerrit in een interview met Radio Drenthe. Je werd opgeroepen en je ging. ‘We kregen allemoal ’n Ausweis en daor stun’ op dat wij in de lantwirtschaft warken.’ Ze kregen een diploma mee in het Duits, dat ze de landbouwschool hadden gedaan en er werd ze beloofd dat ze aan de Duitse grens zouden gaan werken. Op 18 juni 1943 meldden zo’n honderd jongens zich op station Assen. Ze kwamen uit dezelfde regio (De Wijk, Meppel, Hoogeveen, Smilde). ‘En toen gungen we weg, in de trein ’s aovends um negen uur uut Assen, en toen, za’k je vertellen, zaten wij de volgende morgen um zeuven uur al in Hamburg!’ Niet aan de grens dus. En het bleek ook nog niet het eindstation. Ze moesten weer in de trein.
Toen de trein stopte in Rostock, begonnen ‘verscheidene jongens te schreien.’ Ze lazen ‘Rostov’ op het bordje en dachten dat ze in Rusland waren. En daarvan hadden ze steeds in de krant gelezen dat er oorlog was… In het interview met Radio Drenthe drukte Gerrit de wanhoop uit als ‘Och godverdikkemieman….en toen waren we daor.’
Badplaats aan de Oostzee
Rostock bleek gelukkig nog in Duitsland te liggen. Van hieruit werden ze naar Warnemünde gebracht, naar de Arado-fabriek waar watervliegtuigen werden gemaakt. Na 24 uur reizen kwamen ze in een barak. Gerrit herinnerde zich hoe ze daar stonden: allemaal boerenjongens die zich in elkaars bijzijn eigenlijk niet durfden uit te kleden. Tot een paar zich vermanden. En even later stonden ze allemaal in de onderbroek. Het moment van schaamte was voorbij.
Warnemünde was een heel mooie plaats. Ze had nog helemaal niet geleden onder de oorlog. Aan de zeekant stond een prachtig Kurhaus uit 1928. Op zaterdagmiddag gingen de mannen vaak het dorp in. Op de markt kochten ze met bonnen die ze van de Duitsers hadden gekregen wat extra levensmiddelen. Dat was een welkome aanvulling op de soep en aardappelen die ze in de fabriek te eten kregen. En Gerrit zag in Warnemünde iets wat er in Nederland nog helemaal niet bestond: een melkwinkel waar je melk kon tappen in flessen. Op zondag waren ze de hele dag vrij en gingen ze meestal naar het strand. Zwemmen in de Oostzee.
Het grauw van de oorlog
‘Potverdikkie, op ’n morgen, vliegalarm.’ De geallieerden kwamen met bommenwerpers en gooiden een groot deel van de fabriek kapot. ‘Ik zat in ’n schuilkelder, die zakte in mekaor. Ik kwam er gelukkig goed af. Ik had mij wel een beetje zeer doan. En toen… waren d’r verschillende jongens [..] niet meer s’aovends. En dat was natuurlijk hiel arg. Ik had nog nooit ’n dood mens zien. Ik was hielemaol kapot, ja, ik niet alleen, allemaol heur. Potverdorie-nog-es-an-toe jong. Een verschrikkelijke tied.’
Tutow
Na dit grote bombardement was er niet genoeg werk meer in de fabriek in Warnemünde. Gerrit en andere jongens werden verder oostwaarts gebracht, naar Tutow in Pommeren. WORDT VERVOLGD
